Menu
23 september 2026

Van papiermassa naar alles onder één paraplu

Twintig jaar MOOR is een mooi moment om terug te kijken op hoe het werk rond kabels en leidingen is veranderd. Bij gemeente Geldrop-Mierlo maakten Rob Elemans en Bart te Walvaart de overgang van papieren dossiers naar digitaal werken van dichtbij mee. Tegelijkertijd werd de gemeentelijke aanpak professioneler en groeide de regionale samenwerking. Ter gelegenheid van het jubileum vertellen zij wat MOOR in de praktijk heeft gebracht en waarom overzicht, belangen afwegen en samenwerken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

De mensen achter het werk

Rob Elemans werkt sinds 1995 bij de gemeente en houdt zich als beleidsmedewerker onder andere bezig met ondergrondse infrastructuur. Bart te Walvaart kwam in 2001 in dienst en behandelt sinds ongeveer vijf jaar vooral vergunningen en graafmeldingen. Rob deed dat werk eerder zelf; tegenwoordig werken ze daarin nauw samen.

Rob herinnert zich ook de eerste kennismaking met MOOR. Ruben Vlek kwam langs om het platform te introduceren, inclusief MOOR-mok. “Dat vonden we allemaal leuk en aardig, maar daar konden we toen nog niet zo veel mee.” Zo’n tien tot vijftien jaar geleden stapte Geldrop-Mierlo alsnog in.

De gemeente werkt al sinds eind jaren negentig samen met andere gemeenten rond Eindhoven. Inmiddels hanteren twintig gemeenten hetzelfde beleid, dezelfde verordening, hetzelfde handboek kabels en leidingen en dezelfde verlegregeling. Ook leges en tarieven voor straatwerk zijn gelijkgetrokken. Rob zit in een kerngroep van vijf gemeenten die daarin de kar probeert te trekken. Die uniformiteit maakt het volgens hem ook voor netbeheerders makkelijker en voorspelbaarder.

Alles onder één paraplu

Wat komt er als eerste bij Bart op als hij aan MOOR denkt? “Lekker makkelijk, alles in één overzicht.” Werkmeldingen, vergunningen, tekeningen en verkeersplannen komen op één plek samen. Ook is zichtbaar wie een vergunning behandelt, wie het werk uitvoert en wie toezicht houdt. Via het platform en de app beschikken medewerkers binnen én buiten over dezelfde actuele informatie.

Het is een platform waar alles samenkomt en iedereen dezelfde informatie heeft.

Voorheen moest die informatie volgens Bart uit verschillende bronnen bij elkaar worden gezocht. Nu ziet de gemeente snel wie waar en wanneer aan het werk is en of de uitvoering overeenkomt met de afspraken.

Ook Rob ziet hoe vanzelfsprekend MOOR inmiddels in de sector is geworden. Vraag een netbeheerder om een MOOR-melding te doen en die weet direct wat ermee wordt bedoeld. “Net zoals met een KLIC-melding.”

Van ordners naar digitaal werken

Hoe anders dat ooit was, weet Rob nog goed. Het gemeentehuis van 25 à 30 jaar geleden omschrijft hij als “één grote papiermassa”. Voor ieder project waren er één of meerdere ordners en informatie van verschillende partijen combineren was bepaald niet eenvoudig.

Je had een A0-tekening van KPN, van Enexis, van Brabant Water. Leg ze maar even op elkaar. Dat gaat niet met papier.

Digitaal tekenwerk maakte vergelijken en terugvinden een stuk eenvoudiger. Ook administratief verdween veel handwerk. Voor de facturatie maakte Rob vroeger zelf Excel-overzichten, waar hij soms een hele dag mee bezig was. Nu is dat “de spreekwoordelijke druk op de knop”.

Bart merkt het verschil vooral buiten. Dankzij de app is informatie ook op locatie beschikbaar. Vroeger bleven de papieren op kantoor liggen; nu gaat de informatie mee naar de plek waar het werk gebeurt.

Goed contact met MOOR

In de loop der jaren veranderde ook het team achter MOOR. Voor Geldrop-Mierlo heeft dat volgens Rob weinig invloed gehad op de samenwerking. “We hebben eigenlijk altijd goed contact.” Ook personele wisselingen verliepen volgens hem geruisloos.

Als er in het dagelijkse werk een vraag ontstaat, weet de gemeente het MOOR-team te vinden. Over de helpdesk is Rob eveneens positief: vragen worden volgens hem netjes en snel opgepakt.

Meer regie op de ondergrond

Terugkijkend is Rob vooral trots op hoe de gemeente zelf professioneler is gaan werken. Dertig jaar geleden lag veel kennis bij één medewerker en waren er algemene vergunningen en overeenkomsten met nutsbedrijven. De gemeente had daar volgens hem weinig in te brengen.

Na jurisprudentie bij De Ronde Venen konden dergelijke algemene contracten volgens Rob van tafel. Met een eigen verordening en handboek kon de gemeente beter de regie pakken. Ook de gezamenlijke aanpak van de twintig gemeenten noemt hij een belangrijke verbetering.

MOOR ondersteunt die manier van werken, maar blijft voor Rob vooral een hulpmiddel. Geldrop-Mierlo zit bijvoorbeeld iedere zes maanden met Brabant Water en Enexis aan tafel om werkzaamheden af te stemmen. Het gesprek met elkaar blijft daarbij essentieel.

Het algemeen belang voorop

Want uiteindelijk draait het niet alleen om de kabel of leiding, maar om alles wat er in dezelfde openbare ruimte gebeurt.

Die kabel interesseert mij niet zozeer. Het gaat om het algemeen belang. Daar sta je voor als gemeente.

Een markt, kermis of wielerronde kan betekenen dat er tijdelijk niet gegraven mag worden. Het beheer van de openbare ruimte is volgens de beide collega’s dan ook een echte 3D-puzzel, waarbij je niet alleen naar een platte kaart kijkt, maar ook de diepte in moet. Bart kijkt daarnaast praktisch naar de uitvoering. Kan het verkeer blijven doorstromen? Waar worden materialen opgeslagen? En is het verkeersplan veilig voor bewoners? Als daar discussie over ontstaat, stelt hij de uitvoerende partij een simpele vraag: “Jij wilt toch zelf ook veilig werken?” MOOR geeft het overzicht, maar de uiteindelijke belangenafweging blijft mensenwerk.

De Omgevingswet

Een volgende uitdaging is de Omgevingswet. De bestaande verordening moet uiteindelijk een plek krijgen in een omgevingsplan of omgevingsprogramma. Hoe dat precies vorm krijgt, is volgens Rob nog niet helemaal duidelijk.

In de dagelijkse praktijk was de omslag tot nu toe beperkt. Veel regels gingen één op één over en het werk kon doorgaan. Rob verwacht daarom vooral een geleidelijke verandering.

Communicatie blijft de basis

Aan het einde van het gesprek verschuift de blik naar de toekomst. Wat kunnen gemeenten, netbeheerders, grondroerders en aannemers doen om de samenwerking verder te verbeteren? Voor Rob begint het niet bij techniek: “Bouwen, en bouwen in het algemeen, bestaat uit logistiek en communicatie.” Zorg dat materialen en mensen op tijd beschikbaar zijn, deel de juiste informatie en wees helder over wat je gaat doen. Daarnaast ziet Rob personeel als een belangrijk aandachtspunt. Mensen worden schaarser en daarom moeten organisaties volgens hem niet alleen investeren in hun eigen mensen, maar in de hele keten.

Na twintig jaar MOOR is het slotwoord aan Bart. Zijn verjaardagswens is tegelijkertijd een terugblik op wat het platform de gemeente heeft gebracht.

Het heeft ons enorm geholpen met minder chaos, een digitaal overzichtelijk systeem en alle extra aanvullingen van de afgelopen jaren.

“Chapeau, dank je wel,” voegt hij eraan toe.
Van ordners en A0-tekeningen naar informatie die binnen én buiten beschikbaar is: daarmee komt Bart eigenlijk weer uit bij zijn eerste omschrijving van MOOR: alles onder één paraplu.

Dit is een interview in een reeks rond de jubilea van MOOR en WoW. Een eerder interview leest u hier en er volgen nog meer verhalen over hoe deze platformen zijn ontstaan en wat ze betekenen voor het werk van vandaag.